Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Onder 3.50 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.

[eiser] miskent namelijk ten eerste dat naar vaste rechtspraak van Uw Raad de vof weliswaar geen rechtspersoonlijkheid bezit en evenmin een rechtssubject is, maar dat zij in sommige gevallen (ingevolge de wet of de rechtspraak) wel een zelfstandige positie inneemt. Zo is bij de vof sprake van een afgescheiden vermogen waarop de vennootschapscrediteuren hun vorderingsrechten kunnen verhalen, kan de vof failliet worden verklaard (art. 4 lid 3 Fw), mag zij dagvaarden en gedagvaard worden (art. 51 Rv) en geldt een veroordelend vonnis tegen een vof niet tegen de vennoten in privé. Inherent aan het gegeven dat de vof procesbevoegdheid bezit, is dat de vof in een procedure eigen verweermiddelen kan aanvoeren. Ook de regel van twee afzonderlijke (samenlopende) vorderingsrechten die van oudsher in de rechtspraak van Uw Raad wordt aanvaard, brengt mee dat de vof in een procedure eigen verweermiddelen kan hebben. Die regel houdt in dat, zoals Uw Raad in het arrest UWV/bewindvoerder duidelijk heeft verwoord, de vennootschapscrediteur in werkelijkheid twee afzonderlijke samenlopende vorderingsrechten heeft: één jegens de vof, dat verhaalbaar is op het afgescheiden vermogen, en één jegens de vennoot in persoon, dat verhaalbaar is op het privévermogen van deze vennoot. Deze twee vorderingsrechten worden ieder op hun eigen merites beoordeeld. Daarbij is van belang welke verweermiddelen de vof respectievelijk de vennoten in privé hebben aangevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 101411 tot 103188.