Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Onder 3.51 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.
Het tweede argument van [eiser] is dat ook al zou de vof eigen verweermiddelen hebben, die wel ingeroepen kunnen worden wanneer verhaal wordt genomen op het ene vermogen, maar niet wanneer verhaal wordt genomen op het andere vermogen, dat gegeven niet iets zegt over het antwoord op de vraag of stuiting jegens de vof leidt tot stuiting van de op art. 18 WvK te baseren rechtsvorderingen jegens de vennoten. Ook dit argument faalt. [eiser] verliest hierbij uit het oog dat sprake is van twee afzonderlijke (samenlopende) vorderingsrechten. Daaruit volgt onder meer dat ieder vorderingsrecht (dat jegens de vof en dat jegens de vennoten in privé) zelfstandig en dus afhankelijk van ieders in dat kader te voeren verweermiddelen, wordt beoordeeld. Het beschikken over eigen verweermiddelen is dus wel degelijk van belang voor het antwoord op de onderhavige verjaringsvraag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 103268 tot 104217.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f | shasum -a 256