Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Onder 3.52 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.
Uit het voorgaande volgt dat het hof uit is gegaan van een juiste rechtsopvatting omtrent de status van de vof; de vof heeft weliswaar geen rechtspersoonlijkheid en is evenmin een rechtssubject, maar zij heeft wel procesbevoegdheid en jegens haar (de gezamenlijke vennoten in hoedanigheid) kan een vorderingsrecht worden ingesteld dat verhaalbaar is op het afgescheiden vermogen en dat zelfstandig (dus afhankelijk van de in dat verband gevoerde verweermiddelen) wordt beoordeeld. Het hof heeft in rov. 5.3.3. van het eindarrest dan ook terecht uit onder meer VDV Totaalbouw geconcludeerd dat een vorderingsrecht jegens de vof afzonderlijk kan verjaren en dat deze verjaring ook afzonderlijk gestuit moet worden. Daarmee faalt subonderdeel 1.1 .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 104297 tot 105128.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f | shasum -a 256