Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Onder 3.58 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.

Voor de laatste rechtsklacht van subonderdeel 1.3 geldt nog het volgende. [eiser] betoogt daarin, zo vat ik de klacht op, dat het uitgangspunt van de zelfstandigheid van de vorderingsrechten jegens de hoofdelijke schuldenaren, zoals deze volgt uit het genoemde arrest van Uw Raad van 8 januari 2010, niet geldt bij de vof, omdat de stuiting van de verjaring van vorderingen ex art. 18 WvK jegens allen werkt. [eiser] miskent daarmee wederom de constructie van twee afzonderlijke (samenlopende) vorderingsrechten bij de vof, op grond waarvan ieder vorderingsrecht afzonderlijk kan worden ingesteld en verhaald en zelfstandig (dus op basis van de in dat kader gevoerde verweermiddelen) wordt beoordeeld (zie onder meer randnummers 3.50-3.52 hiervoor). Ook om deze reden faalt deze derde rechtsklacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 111700 tot 112511.