Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Onder 3.61 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.
Bovendien miskent [eiser] , hoewel hij hier verwijst naar het arrest [.../...] waarin de constructie van de twee afzonderlijke samenlopende vorderingsrechten bij de vof voor het eerst is aanvaard, de consequenties daarvan. Het aanvaarden van de twee afzonderlijke samenlopende vorderingsrechten, zoals naar huidig recht bij de vof aan de orde is , leidt er uiteindelijk toe dat een schuldeiser van de vof twee vorderingsrechten heeft die zelfstandig moeten worden beoordeeld, ook al zijn het de gezamenlijke vennoten die een vof tot een vof maken (de vof is immers geen zelfstandige entiteit, zie randnummers 3.13-3.19, 3.24 hiervoor). Daaruit volgt dat een stuitingsmededeling die uitsluitend gericht is aan de vof (de gezamenlijke vennoten in hoedanigheid dus) alléén de verjaring van het vorderingsrecht jegens de vof (de gezamenlijke vennoten in hoedanigheid) kan stuiten. Die stuitingsmededeling werkt niet door ten aanzien van de verjaring van het andere vorderingsrecht, namelijk dat jegens de vennoten in privé (op grond van art. 18 WvK), ook al heeft de betreffende vennoot de stuitingsmededeling ontvangen en gelezen. Daarmee faalt subonderdeel 1.4 .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 113875 tot 115315.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f | shasum -a 256