Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Onder 3.75 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.

[eiser] miskent hier dat het hof in rov. 5.4.2. van het eindarrest heeft gerespondeerd op zijn stelling dat (een beroep op) de verjaring van zijn vordering jegens [verweerder] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daartoe heeft [eiser] een aantal omstandigheden aangevoerd waarnaar hij ook in de inleiding op dit onderdeel (pagina’s 7-8 van de procesinleiding) heeft verwezen. Eén van die omstandigheden, die in dit subonderdeel van belang is, is de gestelde (nauwe) betrokkenheid van [verweerder] bij de (eerdere) gerechtelijke procedures van [eiser] tegen [E] B.V. en het in dat kader de beschikking hebben gehouden over gegevens en bewijsmateriaal. Dat die betrokkenheid bij de procedures jegens [E] B.V. ertoe leidt dat een beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, heeft [verweerder] in eerste aanleg betwist. Zo heeft hij onder meer gesteld dat zijn aanwezigheid bij de zittingen tijdens die procedures alles te maken heeft met het feit dat hij werknemer is van de organisatie van [E] . Verder heeft [verweerder] steeds betwist dat hij eerder dan in 2013 op de hoogte zou zijn geweest van een vordering van [eiser] jegens hem in persoon, in welk kader hij ook heeft aangevoerd dat [eiser] zich onvoldoende heeft ingespannen om hem aansprakelijk te stellen en kenbaar te maken dat hij de beschikking diende te houden over voor enig behoorlijk verweer relevante gegevens of bewijsmateriaal. Tot 2013 was hij dus niet bekend met enige noodzaak tot verweer, aldus nog steeds [verweerder] . Anders dan [eiser] suggereert, is dit geen abstracte betwisting; daarin ligt namelijk evident de stelling besloten dat [verweerder] niet beschikt over relevante gegevens of bewijsmateriaal om behoorlijk verweer te voeren tegen de vordering van [eiser] op hem in privé. Uit het voorgaande volgt dat het hof, anders dan door [eiser] in cassatie wordt betoogd, in rov. 5.4.2. niet buiten de rechtsstrijd is getreden. Daarmee faalt ook subonderdeel 2.4 .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 126434 tot 128742.