Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Onder 3.5. Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.

In de brief van [betrokkene 2] wordt niet verwezen naar de rechtsvorm van de geadresseerde. De enige verwijzing naar de vennoten is te vinden in de adressering ‘t.a.v. de directie’. Een dergelijke aanduiding is niet per definitie meer dan een aanwijzing aan de secretaresse of de postkamer in welk postvakje of op welk bureau een poststuk gelegd moet worden. De brief verwijst verder op geen enkele manier naar afzonderlijke aansprakelijkheid van de vennoten in persoon. De aanduiding ‘de directie’ betreft in feite gewoonlijk de directeur(en) in hun verhouding tot het bedrijf, en juist niet als persoon. Mogelijk wist [verweerder] dat hij ook in persoon aansprakelijk gesteld kon worden, maar ook dan hoefde hij uit deze formulering niet af te leiden dat deze brief als zodanig bedoeld was. Over de context waarin de mededeling werd gedaan en de overige omstandigheden van het geval (HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1112, JA 2016/123) is niets meegedeeld dat zou meebrengen dat de brief beschouwd moet worden als een schriftelijke mededeling waarin [eiser] zich ook tegenover [verweerder] ondubbelzinnig zijn recht op schadevergoeding voorbehield.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 16389 tot 17562.