Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.
“3.6. (…) De crediteur van een vennootschap onder firma heeft verschillende samenlopende vorderingsrechten: een vorderingsrecht tegen de gezamenlijke vennoten dat verhaalbaar is op het vennootschapsvermogen, en een vorderingsrecht tegen de vennoten persoonlijk. Een vennootschapscrediteur die veroordeling vordert van de vennootschap of van een vennoot, doet slechts één van die rechten gelden. Een vordering tegen de vennootschap én de vennoot vormt in materiële zin twee vorderingen. Of die toewijsbaar zijn, moet voor elk van beide apart beoordeeld worden, afhankelijk van de verweren die zij voeren (HR 18 december 1959, ECLI:NL:HR:1959:BG9455; HR 9 mei 1969, ECLI:NL:HR:1969:AC0846).”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 17943 tot 18655.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f | shasum -a 256