Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.

“5.3.1. Op grond van artikel 3:310 lid 1 BW verjaart een rechtsvordering tot schadevergoeding door verloop van vijf jaar na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als de daarvoor aansprakelijk gestelde persoon bekend is geworden. In hoger beroep is niet in geschil dat [eiser] uit de brief van Generali van 7 februari 2002 heeft kunnen afleiden dat hij schade leed en waardoor c.q. door wie deze schade is ontstaan. Zoals de rechtbank al heeft overwogen, betekent dit dat de verjaringstermijn ten aanzien van de schadevordering in februari 2002 is gaan lopen en dat deze is voltooid in februari 2007. [eiser] stelt dat hij de verjaring heeft gestuit door de brieven van zijn toenmalige gemachtigde aan [A] van 1 september 2005 en 4 maart 2008 en door de brief van zijn toenmalige gemachtigde aan [verweerder] van 1 maart 2013. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is alleen de brief van 1 september 2005 relevant. Immers, als deze brief niet is aan te merken als een stuitingshandeling tegenover [eiser] , is de vordering tegen [eiser] verjaard in februari 2007 en zijn de overige brieven sowieso te laat.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 23524 tot 24691.