Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.
‘5.3.3. (…) Aan [eiser] kan worden toegegeven dat een vof geen rechtspersoonlijkheid bezit en geen drager van rechten en plichten is, maar een overeenkomst tussen meerdere vennoten (artikel 16 Wetboek van Koophandel jo artikel 7A:1655 BW) en dat deze vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de vof (artikel 18 Wetboek van Koophandel). Echter, anders dan [eiser] stelt, betekent dit niet dat een vordering op de vof op één lijn te stellen is met een vordering op de afzonderlijke vennoten. Zoals onder meer volgt uit HR 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:251 moeten de vorderingen op de vof (de gezamenlijke vennoten) en op de vennoten persoonlijk als afzonderlijke (samenlopende) vorderingen worden beschouwd die onafhankelijk van elkaar kunnen worden ingesteld en verhaald en waartegen de vof en de vennoten ieder hun eigen verweermiddelen kunnen aanvoeren. Dit brengt ook mee dat de vorderingen op de vof en op [verweerder] als vennoot elk afzonderlijk verjaren en dus afzonderlijk moeten worden gestuit. (…)”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 28140 tot 29192.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f | shasum -a 256