Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:97.
“(…) De stelling van [eiser] dat sprake is van een onzelfstandige vordering, omdat bij een vordering op een vof er één vorderingsrecht is waaraan (bij twee vennoten) drie rechtsvorderingen zijn verbonden, kan niet tot een ander oordeel leiden. De rechtbank heeft terecht overwogen dat uit de Parlementaire Geschiedenis en (onder meer) het arrest van de Hoge Raad van 8 januari 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BK1615) volgt dat de lotgevallen van het vorderingsrecht van de schuldeiser tegen de ene hoofdelijke schuldenaar die van het vorderingsrecht tegen de ander niet beïnvloeden, tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit. Dat laatste is hier niet aan de orde. Stuiting van de verjaring werkt dus slechts tegenover de hoofdelijke schuldenaar tegen wie geldig is gestuit, in dit geval dus tegen de vof en niet tegen [verweerder] . (…)”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f, en de alinea staat in dat document op bytes 29466 tot 30319.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ddba9fce8a7447121de0effe8fa26740b01e0ae3c626de7cf0787f63e29443f | shasum -a 256