Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2020

Onder 4.4 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:987.

De klacht faalt. Liander heeft in feitelijke instanties betoogd dat zij alleen aan de achttienwekentermijn kon voldoen door het FCFS-beginsel los te laten en daaraan de conclusie verbonden dat zij aldus het discriminatieverbod zou schenden. Nedcool heeft dat betwist. Ik begrijp de bestreden rechtsoverweging in het licht van het voorgaande aldus dat naar het oordeel van het hof (mede) onvoldoende is aangevoerd dat er sprake is van schending van het discriminatieverbod als Liander jegens Nedcool aan de achttienwekentermijn wordt gehouden. De aan het subonderdeel ten grondslag gelegde veronderstelling dat de bestreden rechtsoverweging een oordeel inhoudt over de verhouding tussen enerzijds het discriminatieverbod van art. 23 lid 2 E-wet (oud) en de achttienwekentermijn uit art. 23 lid 3 E-wet (oud), gaat derhalve uit van een onjuiste lezing van het bestreden arrest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c24ddcfbbee7e97ea3949bc0d02dea790ec309a6e79b88b9d1ab9169b9f0fbc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c24ddcfbbee7e97ea3949bc0d02dea790ec309a6e79b88b9d1ab9169b9f0fbc, en de alinea staat in dat document op bytes 51835 tot 52787.