Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2021

Onder 6.11 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1004.

Onderdeel C bestrijdt ‘s Hof oordeel dat een compenserende heffing ontbreekt. Door aan de positie van de uiteindelijke investeerders voorbij te gaan, heeft het Hof ook ongemotiveerd de stelling gepasseerd dat bij hen voldoende compenserend wordt geheven. De ruime formulering van de tegenbewijsregeling (compenserende heffing "bij degene aan wie de rente rechtens dan wel in feite direct of indirect is verschuldigd") impliceert dat ook de uiteindelijke gerechtigden van de investerende pensioenfondsen en verzekeraars moeten worden betrokken bij de beoordeling van de vraag of compenserend wordt geheven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/697defb7dc40702927df550cb151567fed69093b251b7dc5682f7700b4e7c278. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 697defb7dc40702927df550cb151567fed69093b251b7dc5682f7700b4e7c278, en de alinea staat in dat document op bytes 113917 tot 114588.