Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2021

Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1007.

Dat sprake zou zijn van een geschil tussen erfgenamen, en daarmee van een ondeelbare rechtsverhouding, is niet juist. Een onterving van een wettelijk erfgenaam bij testament heeft tot gevolg dat deze persoon geen erfgenaam meer is. Indien en voor zover deze persoon een beroep kan doen en doet op een legitieme portie, zoals in dit geval [verweerder 1] , is hij een schuldeiser van de nalatenschap en geen erfgenaam. Een en ander volgt uit art. 4:1 lid 2 BW (bij testament kan worden afgeweken van het erfrecht bij versterf, onder meer door onterving), art. 4:7 lid 1, aanhef en onder g, en lid 2, aanhef en onder 3e, BW (dat schulden ter zake van legitieme porties waarop krachtens art. 4:80 BW aanspraak wordt gemaakt, tot schulden van de nalatenschap verklaart en deze daarbij bevoorrecht verklaart) en art. 4:80 BW (dat de legitimaris ter zake van zijn legitieme portie een vordering geeft op, voor zover hier van belang, de gezamenlijke erfgenamen).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08ab1702042d78aa09e370bd7e8a3f416b0bd8390ba0cfbe6d69ae77a8179022. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08ab1702042d78aa09e370bd7e8a3f416b0bd8390ba0cfbe6d69ae77a8179022, en de alinea staat in dat document op bytes 18653 tot 19748.