Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2021
Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1007.
Overigens denk ik niet dat sprake is van een ondeelbare rechtsverhouding tussen de legitimaris en de erfgenamen. Daarvoor is volgens vaste rechtspraak vereist dat het noodzakelijk is dat de beslissing jegens alle betrokkenen in dezelfde zin luidt. Dat mag slechts worden aangenomen indien de aard en inhoud van de rechtsverhouding daartoe nopen. Het gaat erom of een niet tussen alle betrokkenen gewezen uitspraak ‘een rechtens in beginsel onhanteerbare situatie’ veroorzaakt. De literatuur neemt denk ik op goede gronden aan dat de vordering van legitimaris deelbaar is: de erfgenamen zijn aansprakelijk naar evenredigheid van hun erfdeel. Met verschillende gewijsden valt dus in beginsel te werken (hoe onwenselijk die op zichzelf ook zijn). Daarmee is niet voldaan aan het genoemde noodzakelijkheidsvereiste.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08ab1702042d78aa09e370bd7e8a3f416b0bd8390ba0cfbe6d69ae77a8179022. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08ab1702042d78aa09e370bd7e8a3f416b0bd8390ba0cfbe6d69ae77a8179022, en de alinea staat in dat document op bytes 22142 tot 23226.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08ab1702042d78aa09e370bd7e8a3f416b0bd8390ba0cfbe6d69ae77a8179022 | shasum -a 256