Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2021
Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1007.
Uit het voorgaande volgt dat [eiser] niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep voor zover dat is gericht tegen [verweerster 2] en [verweerster 3] , en dat [verweerster 2] en [verweerster 3] niet-ontvankelijk zijn in hun incidenteel cassatieberoep. Er is immers geen bijzondere grond waarop zij in cassatie voor het eerst ook op eigen naam partij kunnen zijn. Een rechtsmiddel kan als bekend normaal gesproken alleen worden ingesteld tegen, en komt normaal gesproken alleen toe aan, diegenen die in vorige instantie (de weder)partij waren in het geding. In het arrest van 10 maart 2017 is daarop slechts een uitzondering gemaakt voor het geval dat sprake is van een ondeelbare rechtsverhouding en niet alle partijen reeds in het geding zijn betrokken (waaronder dus mede te verstaan: niet alle partijen in het geding zijn betrokken door middel van een vertegenwoordiger).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08ab1702042d78aa09e370bd7e8a3f416b0bd8390ba0cfbe6d69ae77a8179022. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08ab1702042d78aa09e370bd7e8a3f416b0bd8390ba0cfbe6d69ae77a8179022, en de alinea staat in dat document op bytes 23289 tot 24239.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08ab1702042d78aa09e370bd7e8a3f416b0bd8390ba0cfbe6d69ae77a8179022 | shasum -a 256