Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2021
Onder 4.22 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1011.
Vóór de invoering van de huidige parkeerbelastingen in 1991, bestonden er al parkeerrechten. Wanneer er niet betaald werd voor het parkeren, kon de gemeente de niet betaalde rechten (het verschuldigde parkeergeld) navorderen. Hierbij kon conform de regels in de AWR een boete van ten hoogste 100% worden opgelegd. Aangezien de belasting zelf slechts zo'n f 0,50 bedroeg, was dit boetebedrag te verwaarlozen gering. Hiermee konden de kosten van de controle van het betaald parkeren en het onderhouden van de parkeerapparatuur niet worden gedekt. Ook kan worden aangenomen dat dit boetebedrag nauwelijks een positief effect op het betalingsgedrag van parkeerders had.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecc60b3e9daa72f1bc978040ba3555babe653c4dc31f85937e268c0b09b17575. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecc60b3e9daa72f1bc978040ba3555babe653c4dc31f85937e268c0b09b17575, en de alinea staat in dat document op bytes 87511 tot 88191.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ecc60b3e9daa72f1bc978040ba3555babe653c4dc31f85937e268c0b09b17575 | shasum -a 256