Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2021
Onder 4.22 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1011.
Op plaatsen waar een parkeerverbod geldt, kan geen parkeerbelasting worden geheven. Dit volgt uit de laatste zinsnede van art. 225, lid 2. Wanneer in zo'n geval toch een naheffingsaanslag wordt opgelegd, moet deze worden vernietigd (zie bijvoorbeeld Hof Den Haag 25 juni 1998, nr. 97/02051, Belastingblad 1999, p. 332). Zie ook Hof Amsterdam 30 januari 2014, nr. 12/00417, NTFR 2014/1111), waar op grond van een tijdelijke verkeersmaatregel laad- en losplekken waren aangewezen, zodat daar geen parkeerbelasting kon worden geheven. Zie tevens Rechtbank Amsterdam 10 augustus 2020, nr. 19/5895, ECLI:NL:RBAMS:2020:4255, waarin de rechtbank oordeelde dat buiten de aangewezen tijden voor laden en lossen parkeerbelasting verschuldigd is op de betreffende plaats. Zie ook Hof Amsterdam 2 april 2015, nr. 14/00407, NTFR 2015/1802, waarin het hof overwoog dat de ruimte buiten de specifiek aangegeven parkeerplekken op grond van de algemene verkeersregels als trottoir moet worden gekwalificeerd; dat parkeren op het trottoir verboden en derhalve beboetbaar is, maar dat daar geen parkeerbelasting voor geheven kan worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecc60b3e9daa72f1bc978040ba3555babe653c4dc31f85937e268c0b09b17575. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecc60b3e9daa72f1bc978040ba3555babe653c4dc31f85937e268c0b09b17575, en de alinea staat in dat document op bytes 89309 tot 90439.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ecc60b3e9daa72f1bc978040ba3555babe653c4dc31f85937e268c0b09b17575 | shasum -a 256