Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2021

Onder 4.22 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1011.

Zie ook Hof Amsterdam 4 oktober 2016, nr. 16/00131, NTFR 2016/2523, waarin wordt overwogen dat 'een met een doorgetrokken lijn aangegeven vak dat direct grensde aan de rijbaan, dat bereikbaar was via een schuine, verlaagde band en dat kennelijk (mede) bedoeld was om auto's te parkeren' niet kwalificeert als trottoir, maar als parkeerstrook als bedoeld in art. 1 RVV, zodat terecht een naheffingsaanslag is opgelegd. Ook geen naheffingsaanslag parkeerbelasting kan worden opgelegd voor het zonder vergunning parkeren op vergunningplaatsen die niet tevens als betaaldparkerenplaats zijn aangewezen (Rechtbank Midden-Nederland 22 juni 2018, nr. 17/3822, ECLI:NL:RBMNE:2018:2797). Indien voor een bepaalde plaats in een betaaldparkerengebied door functiewijziging geen parkeerverbod meer geldt, wordt op die plaats weer parkeerbelasting verschuldigd. Dit hoeft de gemeente niet apart aan te geven (Hof Amsterdam 3 september 2019, nr. 18/00627, NTFR 2019/2562, over een voormalige uitrit).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecc60b3e9daa72f1bc978040ba3555babe653c4dc31f85937e268c0b09b17575. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecc60b3e9daa72f1bc978040ba3555babe653c4dc31f85937e268c0b09b17575, en de alinea staat in dat document op bytes 91932 tot 92931.