Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2021
Onder 5.5 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1011.
6. De rechtbank overweegt dat het enkele feit dat de auto met twee wielen deels op het trottoir geparkeerd stond niet leidt tot de conclusie dat geen sprake is geweest van parkeren in de zin van de Verordening. Eiser heeft immers geparkeerd op een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaats en wel op een zodanige wijze dat daar niet door een andere weggebruiker kon worden geparkeerd, hetgeen maakt dat verweerder ter zake van het parkeren heffingsbevoegd is. De verwijzing van eiser naar de uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 augustus 2017 (ECLI:NL:GHARL:2017:7239) en het Gerechtshof Amsterdam van 2 april 2015 (ECLI:NL:GHAMS:2015:1723) brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel, nu de auto van eiser nagenoeg geheel geparkeerd stond in een parkeervak. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiser geparkeerd stond op een fiscale parkeerplaats en parkeerbelasting verschuldigd was. Nu vaststaat dat eiser de verschuldigde parkeerbelasting niet heeft voldaan, heeft verweerder de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecc60b3e9daa72f1bc978040ba3555babe653c4dc31f85937e268c0b09b17575. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecc60b3e9daa72f1bc978040ba3555babe653c4dc31f85937e268c0b09b17575, en de alinea staat in dat document op bytes 97655 tot 98751.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ecc60b3e9daa72f1bc978040ba3555babe653c4dc31f85937e268c0b09b17575 | shasum -a 256