Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2021
Onder 5.22 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1019.
De derde en laatste pijler betreft de veronderstelling dat de belastingplichtigen hun vermogen verdelen tussen de beide beleggingsgroepen in een vaste verhouding die afhankelijk is van de omvang van hun vermogen (vermogensmix). Er wordt ‘dus niet gedifferentieerd naar de vermogenstitels die een belastingplichtige daadwerkelijk bezit’, maar naar een gemiddelde vermogensmix over sparen en beleggen. De vermogensmix is – aldus de toelichting bij het wetsvoorstel - gebaseerd op de feitelijke gegevens uit alle belastingaangiften over het kalenderjaar 2012, en zal drie jaar na inwerkingtreding van het voorstel en vervolgens elke vijf jaar worden geëvalueerd om te beoordelen of deze nog voldoende aansluit bij de realiteit. In de toelichting bij het wetsvoorstel wordt opgemerkt dat een systeem met een forfaitair rendement per vermogenstitel die de belastingplichtige daadwerkelijk bezit, in beginsel beter zou aansluiten op de individuele situatie dan de gemiddelde vermogensmix, maar dat hiervoor niet is gekozen omdat het zou leiden tot arbitrage. Het heffingvrije vermogen is onbelast. Het meerdere heet ‘de grondslag sparen en beleggen’. De drie schrijven in art. 5.2, lid 1, Wet IB 2001 behelzen de verdeling van de vermogensmix per vermogensschijf. Tot het maximale vermogen van de eerste schijf worden belastingplichtigen verondersteld 2/3 gedeelte van hun grondslag sparen en beleggen te beleggen in spaargeld en bijgevolg 1/3 in overig vermogen. Voor middenvermogens is deze verhouding 21% tegenover 79%. Voor zover het vermogen van belastingplichtigen meer is dan het in de tweede schijf opgenomen vermogen , wordt dat gedeelte voor 100% toegerekend aan rendementsklasse II.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/53de0dcbeb66e61aee20d3e9b3dd47ce5f13494a388b89d0fb3614901f128d1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 53de0dcbeb66e61aee20d3e9b3dd47ce5f13494a388b89d0fb3614901f128d1b, en de alinea staat in dat document op bytes 43600 tot 45758.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/53de0dcbeb66e61aee20d3e9b3dd47ce5f13494a388b89d0fb3614901f128d1b | shasum -a 256