Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2021

Onder 6.1. Parket bij de Hoge Raad 9 november 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1052.

Bij de beoordeling van het middel is het volgende van belang. Voor de toewijsbaarheid van de vordering van de benadeelde partij gelden niet de bewijs(minimum)regels van het Wetboek van Strafvordering, maar de regels van stelplicht en bewijslastverdeling in civiele zaken. Overeenkomstig de hoofdregel van art. 150 Rv rust op de benadeelde partij die een vordering instelt in beginsel de last de feiten en omstandigheden te stellen – en in geval van betwisting daarvan bewijs bij te brengen – die tot toewijzing van de vordering kunnen leiden. In de context van het strafproces heeft die stelplicht in het bijzonder betrekking op de feiten en omstandigheden die niet kunnen worden vastgesteld aan de hand van uit het strafdossier af te leiden gegevens met betrekking tot het aan de verdachte tenlastegelegde strafbare feit, hetgeen in het bijzonder geldt voor feiten en omstandigheden die bepalend zijn voor de aard en omvang van de gevorderde schade.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7cfbee2dd0cec630e36f0aeae2259a63ab28fc7678f3b96210fc1223ad713437. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7cfbee2dd0cec630e36f0aeae2259a63ab28fc7678f3b96210fc1223ad713437, en de alinea staat in dat document op bytes 17043 tot 18074.