Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 november 2021

Onder 1 Parket bij de Hoge Raad 19 november 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 november 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1069.

4.29 Het hof gaat er dus uit van uit dat de overeenkomsten met Wiefferink betreffende afdekinstallaties voor Nacław, Świelino en Uniechówek met REM-BUD zijn gesloten. Dat betekent in beginsel dat REM-BUD de partij is die een vordering uit dien hoofde kan instellen tegen Wiefferink, en niet Poldanor. Dat zou betekenen dat Poldanor in zoverre geen vordering heeft en dus niet-ontvankelijk is. Wiefferink wijst er op dat de vorderingsrechten van REM-BUD niet zijn overgedragen aan Poldanor. Het hof leest in de toegelichte stellingen van Poldanor niet dat volgens haar sprake is van cessie, dus ook op dat punt heeft Wiefferink gelijk. Wat Poldanor echter (subsidiair) stelt is dat zij gerechtigd is in eigen naam maar ten behoeve van REM-BUD de vorderingen jegens Wiefferink in te stellen. Zoals blijkt uit de door haar overgelegde verklaring van REM-BUD heeft REM-BUD haar daartoe opdracht gegeven, aldus Poldanor. Ook dat betwist Wiefferink.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c184f6cffbfe435406df50a490eeb07e8abf574fac37a12f4e9c0e18b7e3e76. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c184f6cffbfe435406df50a490eeb07e8abf574fac37a12f4e9c0e18b7e3e76, en de alinea staat in dat document op bytes 28964 tot 29925.