Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2021
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:113.
“zij in de periode van 2 oktober 2009 tot en met 4 mei 2011 te Amsterdam, telkens opzettelijk geldbedragen, te weten ongeveer 74.323,17 euro, toebehorende aan [A] B.V., en welke gelden verdachte uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking, in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a780e2200c1bae49e45a39f566b51966af49d31a0cc266fc82e47036a73eecc8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a780e2200c1bae49e45a39f566b51966af49d31a0cc266fc82e47036a73eecc8, en de alinea staat in dat document op bytes 6283 tot 6642.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a780e2200c1bae49e45a39f566b51966af49d31a0cc266fc82e47036a73eecc8 | shasum -a 256