Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2021

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:113.

10. Daarnaast merk ik op dat is bewezen verklaard dat de verdachte zich telkens geldbedragen die zij uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking onder zich had, heeft toegeëigend in de periode van 2 oktober 2009 tot en met 4 mei 2011. De bewezenverklaring houdt niet in dat de verdachte de geldbedragen eerst in die periode onder zich heeft gekregen. Ook als zou worden uitgegaan van de door de steller van het middel gepresenteerde voorstelling van de feiten waarin de persoonlijke dienstbetrekking van de verdachte reeds was geëindigd ten tijde van de in de ten laste gelegde periode begane toe-eigening, zou dat aan de bewezenverklaring en de daaraan door het hof gegeven kwalificatie niet in de weg staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a780e2200c1bae49e45a39f566b51966af49d31a0cc266fc82e47036a73eecc8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a780e2200c1bae49e45a39f566b51966af49d31a0cc266fc82e47036a73eecc8, en de alinea staat in dat document op bytes 12130 tot 12860.