Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021
Alinea 262 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1179.
35. Het Hof van Justitie achtte zichzelf bevoegd de prejudiciële vraag te beantwoorden (ov. 43). Vervolgens herformuleerde het Hof de gestelde vragen, die samen moesten worden onderzocht. De verwijzende rechter zou in wezen willen vernemen ‘of artikel 15, lid 1, van richtlijn 2002/58, gelezen in samenhang met de artikelen 7 en 8 van het Handvest, aldus moet worden uitgelegd dat de toegang van overheidsinstanties tot de identificatiegegevens van de houders van met een gestolen mobiele telefoon geactiveerde simkaarten – zoals hun naam, voornaam en, in voorkomend geval, adres – een zodanig ernstige inmenging in de door die artikelen van het Handvest gewaarborgde grondrechten van deze laatsten vormt dat die toegang, wat het voorkomen, onderzoeken, opsporen en vervolgen van strafbare feiten betreft, zou moeten worden beperkt tot de bestrijding van zware criminaliteit en, zo ja, aan de hand van welke criteria de ernst van het betrokken delict moet worden beoordeeld’ (ov. 48). Naar aanleiding van die vraag overwoog het Hof van Justitie vervolgens onder meer:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393, en de alinea staat in dat document op bytes 117648 tot 118801.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393 | shasum -a 256