Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Alinea 296 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1179.

103. Wanneer de lidstaten daarentegen rechtstreeks maatregelen toepassen die inbreuk maken op het beginsel van de vertrouwelijkheid van elektronische communicatie, zonder dat zij verwerkingsverplichtingen opleggen aan aanbieders van elektronischecommunicatiediensten, wordt de bescherming van de gegevens van de betrokken personen niet beheerst door richtlijn 2002/58, maar uitsluitend door nationaal recht, behoudens de toepassing van richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB 2016, L 119, blz. 89), wat betekent dat de betrokken maatregelen met name in overeenstemming moeten zijn met het nationale constitutionele recht en met de vereisten van het EVRM.’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393, en de alinea staat in dat document op bytes 141439 tot 142527.