Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Alinea 334 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1179.

155. In deze omstandigheden moet worden vastgesteld dat, ook al zou een wettelijke maatregel die voorziet in de bewaring van de IPadressen van alle natuurlijke personen die eigenaar zijn van eindapparatuur die internettoegang mogelijk maakt, personen betreffen bij wie op het eerste gezicht een verband met de nagestreefde doelstellingen in de zin van de in punt 133 van het onderhavige arrest aangehaalde rechtspraak ontbreekt, en ook al moeten internetgebruikers, zoals in punt 109 van het onderhavige arrest is vastgesteld, op grond van de artikelen 7 en 8 van het Handvest erop kunnen vertrouwen dat hun identiteit in beginsel niet wordt onthuld, een wettelijke maatregel die voorziet in de algemene en ongedifferentieerde bewaring van uitsluitend de aan de bron van een verbinding toegewezen IPadressen, in beginsel niet in strijd is met artikel 15, lid 1, van richtlijn 2002/58, gelezen in het licht van de artikelen 7, 8 en 11 en artikel 52, lid 1, van het Handvest, voor zover die mogelijkheid afhankelijk wordt gesteld van de strikte naleving van de materiële en procedurele voorwaarden die het gebruik van die gegevens dienen te regelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393, en de alinea staat in dat document op bytes 165245 tot 166406.