Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Alinea 336 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1179.

157. Wat ten slotte de gegevens betreffende de burgerlijke identiteit van de gebruikers van elektronischecommunicatiemiddelen betreft, moet worden opgemerkt dat met die gegevens alleen noch de datum, het tijdstip, de duur en de ontvangers van de communicatie kunnen worden achterhaald, noch de plaats waar die communicatie heeft plaatsgevonden of het aantal malen dat in een specifieke periode met bepaalde personen is gecommuniceerd. Die gegevens verschaffen dus, afgezien van de contactgegevens van de betrokken gebruikers, zoals hun adres, geen informatie over wat die personen hebben gecommuniceerd en dus over hun privéleven. De inmenging die de bewaring van die gegevens met zich brengt, kan derhalve niet als „ernstig” worden aangemerkt (zie in die zin arrest (…) Ministerio Fiscal, (…), punten 59 en 60).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393, en de alinea staat in dat document op bytes 167155 tot 167989.