Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Alinea 402 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1179.

52. Borgers en De Graaf onderscheiden vier kenmerken van de plicht tot richtlijnconforme interpretatie. De rechter is gehouden een bepaling uit de nationale wetgeving die binnen de werkingssfeer van een richtlijn valt, richtlijnconform uit te leggen (1). De rechter moet de in het nationale recht gebruikelijke interpretatiemethoden zodanig toepassen dat het met de richtlijn beoogde resultaat wordt bereikt (2). De verplichting tot richtlijnconforme interpretatie strekt zich uit tot het gehele nationale recht (3). De rechter is evenwel niet gehouden om het nationale recht contra legem uit te leggen (4). Het leerstuk van directe (of rechtstreekse) werking van bepalingen van de richtlijn is naar hun oordeel van belang in situaties waarin ‘het nationale recht niet in overeenstemming is met de voorschriften van een richtlijn, maar de rechter daaraan geen mouw kan passen door middel van richtlijnconforme interpretatie’. De verplichting tot richtlijnconforme interpretatie gaat (in beginsel) in zodra de omzettingstermijn van de richtlijn is verlopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393, en de alinea staat in dat document op bytes 219569 tot 220834.