Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Alinea 414 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1179.

63. Ik merk voorts op dat de vordering van verkeers- en locatiegegevens in het strafprocesrecht verwantschap vertoont met het bevel tot uitlevering van een voor inbeslagneming vatbaar voorwerp, dat in de memorie van toelichting bij het Wetboek van Strafvordering is gepresenteerd als een middel om huiszoekingen te voorkomen. Een afgrenzing van de werkingssfeer van de richtlijn die enkel onderscheid maakt naar de persoon die de gegevensverwerkingshandeling uitvoert, spreekt vanuit die systematiek niet vanzelf. Ik wijs er voorts op dat A-G Saugmandsgaard Øe in zijn conclusie van 19 december 2019 als ‘mogelijke benadering’ – die hij zelf minder overtuigend achtte – ook een interpretatie van de conclusie van het Hof in de arresten Tele2 en Ministerio Fiscal noemde waarin de toepasselijkheid van het Unierecht op maatregelen die de toegang tot gegevens regelen alleen gold ‘voor gevallen waarin de gegevens zijn bewaard krachtens een wettelijke verplichting die op basis van artikel 15, lid 1, van richtlijn 2002/58 is ingevoerd’ (randnummer 218).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393, en de alinea staat in dat document op bytes 236004 tot 237182.