Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Alinea 455 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1179.

100. Dat het Hof de formulering aldus heeft bedoeld, zou kunnen worden afgeleid uit een overweging in het arrest Mircom waarin naar overweging 34 van het arrest Prokuratuur wordt verwezen (ov. 121). In deze overweging wordt aangegeven dat de inmenging als gevolg van een maatregel die betrekking heeft op ‘bij de burgerlijke stand vastgelegde gegevens’ in beginsel niet als ‘ernstig’ kan worden aangemerkt, nu zij ‘geen enkele informatie (verschaffen) over de specifieke communicaties en dus ook niet over hun privéleven’. Naar overweging 35 in het arrest Prokuratuur, waarin wordt gerept over gegevens waaruit ‘precieze conclusies kunnen worden getrokken over de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen’, wordt niet verwezen. Ook een vergelijking van het arrest Prokuratuur met de conclusie van A-G Pitruzzella die aan dat arrest voorafging, wijst in deze richting. Pitruzzella had de categorieën van betrokken gegevens en de duur van de periode waarvoor om toegang is verzocht als ‘criteria’ willen aanmerken waarmee de ernst van de inmenging in de grondrechten kan worden beoordeeld (randnummers 97 en 130). Daar kiest het Hof van Justitie gelet op het slot van het antwoord expliciet niet voor.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393, en de alinea staat in dat document op bytes 272056 tot 273293.