Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Alinea 458 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1179.

103. Een derde lezing kent wel betekenis toe aan de gegevens die daadwerkelijk zijn verzocht en verkregen. Uit het antwoord volgt in deze lezing dat artikel 15, eerste lid, van richtlijn 2002/58/EG zich niet verzet tegen een regeling die overheidsinstanties bij minder ernstige strafbare feiten toegang verleent tot verkeers- of locatiegegevens, zolang uit de gegevens waartoe daadwerkelijk toegang is verleend geen precieze conclusies kunnen worden getrokken over de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene. Een aanwijzing voor de juistheid van deze interpretatie zou kunnen worden gezien in de overweging dat de inmenging in de grondrechten die ‘voortvloeit uit de toegang van een overheidsinstantie tot een reeks verkeers- of locatiegegevens die informatie kunnen verschaffen over de communicaties van een gebruiker van een elektronische-communicatiemiddel of over de locatie van de door hem gebruikte eindapparatuur’, hoe dan ook ernstig van aard is, ‘wanneer, zoals in het hoofdgeding, uit deze gegevens nauwkeurige conclusies kunnen worden getrokken met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene(n)’ (ov. 39). Het Hof van Justitie wijst hier op de conclusies die in de betreffende zaak uit de betreffende gegevens konden worden getrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393, en de alinea staat in dat document op bytes 275463 tot 276750.