Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Alinea 475 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1179.

119. Art. 126nd, eerste lid, Sv, geeft de officier van justitie bij verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, Sv de bevoegdheid om ‘van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot bepaalde opgeslagen of vastgelegde gegevens’ te vorderen deze gegevens te verstrekken. Een machtiging door de rechter-commissaris is ook in dit geval voorgeschreven in het geval waarin de vordering ‘betrekking heeft op een persoon die aanspraak kan maken op bronbescherming’ (art. 126nd, tweede lid, Sv). Op vordering van de officier van justitie kan de rechter-commissaris voorts tot de vordering machtigen bij lichtere strafbare feiten (art. 126nd, zesde lid, Sv). En bij verdenking van een misdrijf als omschreven in art. 67, eerste lid, Sv dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert, kan de rechter-commissaris de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, voorts machtigen een vordering te doen die betrekking heeft op ‘persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven of lidmaatschap van een vakvereniging’ (art. 126nf jo. art. 126nd Sv). Inschakeling van de rechter-commissaris is in andere gevallen niet geregeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393, en de alinea staat in dat document op bytes 290879 tot 292265.