Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Alinea 477 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1179.

121. Daarmee wijkt deze wettelijke regeling af van het patroon dat bij de doorzoeking geldt, en dat voortbouwt op de bevoegdheidsverdeling die in 1926 in het wetboek is neergelegd. De rechter-commissaris kan, zo bleek reeds, ter inbeslagneming elke plaats doorzoeken; deze bevoegdheid is niet beperkt tot een categorie strafbare feiten (art. 110 Sv). In aanvulling daarop zijn doorzoekingsbevoegdheden gecreëerd die van toepassing zijn bij specifieke plaatsen (art. 96b Sv, vervoermiddelen), specifieke strafbare feiten (art. 49 WWM, wapens of munitie), dan wel bij ontdekking op heterdaad, verdenking van een misdrijf als omschreven in art. 67, eerste lid, Sv, en behoudens nader omschreven plaatsen (art. 96c Sv; vgl. ook art. 97 Sv). Hier heeft de rechter-commissaris een algemene bevoegdheid gekregen, die is aangevuld met geclausuleerde bevoegdheden voor andere strafvorderlijke autoriteiten. Dat patroon is ook zichtbaar bij de inbeslagneming en de vordering tot uitlevering, die ook eerder al aan bod kwamen. Art. 104 Sv maakt de rechter-commissaris bevoegd tot inbeslagneming van alle daarvoor vatbare voorwerpen en art. 105 Sv biedt hem een algemene bevoegdheid om de uitlevering van ‘een voor inbeslagneming vatbaar voorwerp’ te bevelen. De opsporingsambtenaar is bevoegd de uitlevering van een voor inbeslagneming vatbaar voorwerp te bevelen bij ‘verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, Sv’ (art. 96a Sv).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393, en de alinea staat in dat document op bytes 292969 tot 294437.