Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Alinea 484 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1179.

127. Mede in het licht van het voorgaande meen ik dat de wettelijke systematiek aldus kan worden begrepen dat de officier van justitie ook buiten de situaties waarin de wettelijke regeling toepassing van een bijzondere opsporingsbevoegdheid aan een machtiging bindt, een machtiging van de rechter-commissaris tot toepassing van die bevoegdheid kan vorderen. Uit die wettelijke systematiek volgt voorts dat de rechter-commissaris, in het licht van zijn bevoegdheid ook buiten de expliciet in de wet geregelde gevallen toepassing van een bijzondere opsporingsbevoegdheid te bewerkstelligen, gehouden is inhoudelijk op de vordering te oordelen. Ik merk op dat ook de verplichting tot richtlijnconforme interpretatie als een argument kan worden gezien voor de voorgestelde interpretatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393, en de alinea staat in dat document op bytes 301570 tot 302494.