Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021
Alinea 489 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1179.
132. De wetssystematiek wijst voorts in de richting van een schriftelijke machtiging, met overeenkomstige toepassing van art. 126l, zevende lid, Sv (vgl. art. 126nd, zesde lid, en art. 126nf, derde lid, Sv). Die overeenkomstige toepassing brengt mee dat de machtiging bij dringende noodzaak mondeling kan worden gegeven en in dat geval binnen drie dagen op schrift wordt gesteld. Alleen bij personen die aanspraak kunnen maken op bronbescherming is – zo begrijp ik – een voorafgaande schriftelijke machtiging in alle gevallen vereist (art. 126n, tweede lid, en art. 126nd, tweede lid, Sv). Ik merk bij een en ander nog op dat, als gezegd, in de rechtspraak van het Hof van Justitie in urgente gevallen ook de mogelijkheid van een machtiging achteraf is geopend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393, en de alinea staat in dat document op bytes 304890 tot 305732.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393 | shasum -a 256