Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Alinea 492 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1179.

134. Voor de zittingsrechter is van belang of de strafrechter rechtsgevolgen dient te verbinden aan de omstandigheid dat toegang is verleend tot verkeers- of locatiegegevens terwijl de rechter-commissaris geen machtiging heeft verleend. Daaromtrent heeft het Hof van Justitie in het arrest Prokuratuur (voortbouwend op het arrest La Quadrature du Net e.a.) overwegingen geformuleerd. Hoofdregel is dat het ‘bij de huidige stand van het Unierecht in beginsel uitsluitend aan het nationale recht staat om de regels vast te stellen betreffende de toelaatbaarheid en de beoordeling (…) van informatie en bewijsmateriaal die zijn verkregen’ door een met het recht van de Unie ‘strijdige toegang van de nationale instanties’ tot de betreffende gegevens (ov. 41). Uitzonderingen op deze hoofdregel kunnen voortvloeien uit het gelijkwaardigheidsbeginsel of het doeltreffendheidsbeginsel (ov. 42).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89ea83ea87d73d24f8b77bca62132ca8a92ba7430cf883652332e7ab28ef1393, en de alinea staat in dat document op bytes 306452 tot 307364.