Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2021

Alinea 189 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1213.

De rechtbank leidt uit de hiervoor genoemde omstandigheden eveneens af dat het feit dat [verdachte] kon beschikken over de opbrengsten vanuit SNSPF (de pot) verband houdt met zijn betrokkenheid bij de aanstelling van [betrokkene 7] via [B] . Het standpunt dat [verdachte] hier geen enkele invloed op had, zoals door de verdediging is betoogd, deelt de rechtbank niet. Al in een vroeg stadium kreeg [verdachte] van [betrokkene 9] de ruimte om uit te zien naar “een rechterhand" voor het project [project 3] . Vervolgens heeft [verdachte] het CV van [betrokkene 7] doorgestuurd aan [betrokkene 10] , is hij betrokken geweest bij het kennismakingsgesprek, heeft hij zich bemoeid met het tarief dat door [B] met [betrokkene 7] kon worden overeengekomen en heeft hij zich daarna intensief bezig gehouden met de wachtdagen die door [B] bij SNSPF konden worden gedeclareerd. Deze handelingen die verdachte verrichtte, kunnen daarmee worden aangemerkt als te zijn verricht “in het kader van zijn last”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d7d93ab5b9f690aacb13ce89a1b366c166babe4c080fc2860987a2d096ad3c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d7d93ab5b9f690aacb13ce89a1b366c166babe4c080fc2860987a2d096ad3c7, en de alinea staat in dat document op bytes 69334 tot 70348.