Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2021

Alinea 209 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1213.

57. In weerwil van het standpunt van de verdediging kon het hof hier naar mijn inzicht dan ook aannemen dat er een – mondelinge – overeenkomst van opdracht bestond tussen de verdachte en SNSPF in relatie tot verdachtes werkzaamheden voor het project [project 3] . Ook kon het hof vaststellen dat de verdachte in dat kader vergaande bevoegdheden had en, zo lees ik daarin, het vertrouwen genoot van SNSPF. Uit het samenstel van bewijsmiddelen volgt immers ontegenzeggelijk dat de verdachte zelf ‘zijn rechterhand’ mocht zoeken, hij vervolgens [B] en haar bestuurder, zijn schoonzoon, [betrokkene 10] , actief bij het project heeft betrokken, hetgeen ertoe geleid heeft dat [betrokkene 7] via [B] ten behoeve van SNSPF werd ingehuurd als financial voor het project [project 3] , dat de verdachte actieve bemoeienis heeft gehad met de aanstelling van [betrokkene 7] en de contractonderhandelingen in dat kader, en dat hij zich daarna intensief heeft bemoeid met de facturatie (en uiteindelijke ‘afroming’) van bedragen voor de werkzaamheden/wachtdagen van [betrokkene 7] . Tot een nadere motivering was het hof derhalve niet gehouden, ook niet in het licht van wat ter zake door de verdediging is aangevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d7d93ab5b9f690aacb13ce89a1b366c166babe4c080fc2860987a2d096ad3c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d7d93ab5b9f690aacb13ce89a1b366c166babe4c080fc2860987a2d096ad3c7, en de alinea staat in dat document op bytes 79200 tot 80558.