Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2021

Alinea 261 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1213.

73. Bij nader inzien levert deze visie levert echter hoofdbrekens op als onder de te nemen ‘strafvorderlijke beslissingen’ ook de beslissingen worden begrepen die strekken tot het toepassen van (bijvoorbeeld) dwangmiddelen als de aanhouding en inverzekeringstelling van de verdachte ten behoeve van zijn verhoor. , Van de uitoefening van die vrijheidsbenemende dwangmiddelen betoogde ik zojuist dat zij onderdeel zijn van de opsporing. Moeten de beslissing en het bevel tot aanhouding of inverzekeringstelling daarvan worden afgezonderd? Zo ja, dan zou dat betekenen dat er wat betreft de reikwijdte van het begrip ‘opsporing’ een grens wordt getrokken tussen strafvorderlijke handelingen enerzijds en strafvorderlijke beslissingen tot het verrichten van die handelingen anderzijds. Dat komt mij gewrongen voor. Maar als bepaalde strafvorderlijke beslissingen van de officier van justitie wél door het opsporingsbegrip worden bestreken, en dientengevolge ook door het begrip ‘voorlopig onderzoek’, waarom dan zijn vervolgingsbeslissingen niet?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d7d93ab5b9f690aacb13ce89a1b366c166babe4c080fc2860987a2d096ad3c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d7d93ab5b9f690aacb13ce89a1b366c166babe4c080fc2860987a2d096ad3c7, en de alinea staat in dat document op bytes 100387 tot 101654.