Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2021

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1213.

10. De verdediging heeft in hoger beroep vrijspraak bepleit voor de feiten 2, 3 en 4. Daartoe heeft zij zich, in het verlengde van het verweer in eerste aanleg, op het standpunt gesteld – kort samengevat – dat de verdachte van [A] slechts een (terechte) nadere vergoeding heeft ontvangen voor de door de verdachte gemaakte meeruren/indirecte uren die niet waren meegenomen in zijn maandelijkse vergoeding van € 25.000, c.q. € 23.000,-. Bovendien stond die nadere vergoeding niet in een directe relatie met (de marge op) het [project 1] , maar moet de [project 1] -marge slechts worden gezien als een ‘rekeneenheid’. Van (passieve) omkoping, valse facturen en witwassen is dus geheel geen sprake, aldus luidde het verweer van de verdediging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d7d93ab5b9f690aacb13ce89a1b366c166babe4c080fc2860987a2d096ad3c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d7d93ab5b9f690aacb13ce89a1b366c166babe4c080fc2860987a2d096ad3c7, en de alinea staat in dat document op bytes 14617 tot 15446.