Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:13.

2. hij omstreeks de periode van 4 juni 2014 tot en met 16 juli 2014 te Breda, in elk geval in Nederland, als marktdeelnemer opzettelijk de bevoegde instanties niet onverwijld in kennis heeft gesteld van een of meer voorval(len) met betrekking tot geregistreerde stoffen als omschreven in bijlage 1 van de Verordening nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad, die er op kunnen wijzen, dat deze in de handel te brengen geregistreerde stoffen wellicht worden misbruikt om verdovende middelen en/of psychotrope stoffen op illegale wijze te vervaardigen, door een hoeveelheid van 4000 liter zoutzuur op te slaan en/of voorhanden te hebben.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96bbbed46a3a225f6938969f3c850077b9a1d3491584eb77784c9be0d41722e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96bbbed46a3a225f6938969f3c850077b9a1d3491584eb77784c9be0d41722e2, en de alinea staat in dat document op bytes 7035 tot 7696.