Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:13.
8. Uit bestendige rechtspraak van het EHRM volgt dat het nemo tenetur-beginsel een belangrijk uitgangspunt vormt in geval van een verdenking en de verdachte een strafvervolging, of een daaraan gelijk te stellen vervolging, ondergaat of redelijkerwijs kan vrezen. De vraag is dan uiteraard wel wanneer sprake is van een verdenking en wanneer strafvervolging gevreesd kan worden. Of, en dit is de andere kant van de medaille en in het onderhavige verband wellicht juister: wanneer daarvan nog geen sprake is. Hoe het antwoord moet luiden hangt af van de specifieke situatie en de concrete omstandigheden van het geval, alsook van de aard en context van de procedures waarin de betreffende oordelen worden geveld. Eén ding lijdt echter geen twijfel: zolang er geen verdenking of criminal charge is, heeft de betrokkene geen strafvorderlijk zwijgrecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96bbbed46a3a225f6938969f3c850077b9a1d3491584eb77784c9be0d41722e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96bbbed46a3a225f6938969f3c850077b9a1d3491584eb77784c9be0d41722e2, en de alinea staat in dat document op bytes 17653 tot 18749.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96bbbed46a3a225f6938969f3c850077b9a1d3491584eb77784c9be0d41722e2 | shasum -a 256