Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021

Onder 3.11. Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:18.

Volgens de Hoge Raad ziet artikel 218 Sv: ’op personen tot wier taak het behoort aan anderen hulp te verlenen doch die deze taak slechts dan naar behoren kunnen vervullen indien zij zich ook tegenover de strafrechter kunnen verschonen ten aanzien van geheimen welke hun zijn toevertrouwd door hulpzoekenden die – in strijd met het algemeen belang – hun geen hulp zouden vragen indien niet de zekerheid zou bestaan dat de evenbedoelde geheimen ook tegenover de strafrechter worden bewaard’. De grondslag van dit verschoningsrecht moet derhalve worden gezocht in een in Nederland geldend algemeen rechtsbeginsel dat meebrengt dat bij zodanige vertrouwenspersonen het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies tot hen moet kunnen wenden (HR 1 maart 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC9066, rov. 3.1.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eec30fe373f44489eeda74c416747fd38b2b727f249eea60236b7ab3da004a90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eec30fe373f44489eeda74c416747fd38b2b727f249eea60236b7ab3da004a90, en de alinea staat in dat document op bytes 66712 tot 67761.