Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021
Onder 4.13. Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:18.
Het gegeven dat op deze tussenoordelen het een en ander valt af te dingen wil niet zeggen dat de conclusie van de rechtbank - dat de informatie op de telefoon (met uitzondering van de vertrouwelijke communicatie tussen de kroongetuige en een van zijn voormalig advocaten) niet onder het verschoningsrecht valt, omdat deze informatie niet aan de advocaat is toevertrouwd in het kader van diens beroepsuitoefening - getuigt van een onjuiste rechtsopvatting of onbegrijpelijk is. De rechtbank heeft kennelijk geoordeeld dat het niet aannemelijk is dat de informatie op de telefoon daadwerkelijk bestemd was om door [betrokkene 1] aan zijn advocaat in de normale uitoefening van zijn beroep te worden toevertrouwd en heeft daarbij onder meer in aanmerking genomen dat de telefoon versleuteld was, dat uit niets is gebleken dat de advocaten van [betrokkene 1] toegang hebben gehad tot de informatie op de telefoon en dat [betrokkene 1] heeft verklaard dat zijn advocaat pas toegang zou krijgen tot de telefoon als hem iets zou overkomen. Daarbij heeft de rechtbank vastgesteld dat de anonieme advocaat heeft gemeld dat [betrokkene 1] hem had verzocht de telefoon naar hem toe te brengen terwijl hij zich in detentie bevond, dat hij/zij daaraan niet wenste mee te werken en dat [betrokkene 1] daarop heeft gereageerd op een manier die de anonieme advocaat als bedreigend heeft ervaren. Indien het de bedoeling was dat de (informatie op de) telefoon zou worden overgedragen aan een opvolgend raadsman, zou [betrokkene 1] dit eenvoudig aan de anonieme advocaat hebben kunnen vragen en zou hij hem/haar niet hoeven vragen de telefoon binnen te smokkelen in de penitentiaire inrichting waar hij zich bevond . Daarbij komt dat de rechter-commissaris heeft vastgesteld dat de telefoon gebruikersdata (hoofdzakelijk (whats)appverkeer) bevat van de periode van september 2017 tot en met 9 februari 2018, dat de telefoon toen uitsluitend in gebruik was bij [betrokkene 1] die zich toen in detentie bevond, dat de informatie op de telefoon geen aanknopingspunten biedt dat het gaat om informatie die bedoeld is voor de raadslieden van [betrokkene 1] ten behoeve van zijn belangenbehartiging, dat uit een whatsappconversatie van 8 februari 2018 blijkt dat [betrokkene 1] de volgende dag naar een andere detentielocatie zou worden verplaatst en dat [betrokkene 1] en zijn gesprekspartner spreken over de kans dat de telefoon daar in beslag zou worden genomen en of de telefoon dan zal worden uitgelezen. Mede gelet op die conversatie houdt de rechter-commissaris het ervoor dat [betrokkene 1] zijn telefoon ter bewaring heeft gegeven aan een van zijn advocaten om inbeslagneming te voorkomen. Onder het kopje “ De ‘noodzaak’ voor de rechter-commissaris om de telefoon zelf te onderzoeken ” wijst de rechtbank er ook op dat de verschoningsgerechtigden geen wetenschap hadden van de precieze reden waarom de telefoon aan de (voormalig) advocaat van [betrokkene 1] was verstrekt en dat [betrokkene 1] zich op een voor de anonieme advocaat bedreigende wijze had uitgelaten, nadat deze weigerde de telefoon bij hem in detentie te bezorgen. Voorts wijst de rechtbank er op dat verschoningsgerechtigden zich op het standpunt hebben gesteld dat wel sprake moet zijn van geheimhouderinformatie, enkel en alleen om de reden dat [betrokkene 1] de telefoon aan zijn advocaat in bewaring heeft gegeven. De rechtbank overweegt dat deze stelling in zijn algemeenheid onjuist is, omdat de advocaat, een juridisch dienstverlener, op die manier zou verworden tot een geheime 'kluis’ waarin zijn/haar cliënten alles zouden kunnen opslaan (hetgeen vervolgens wordt beschermd door het verschoningsrecht). De rechtbank overweegt mijns inziens terecht dat dit niet tot de normale dienstverlening van een advocaat behoort en dat de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht daar niet voor zijn bedoeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eec30fe373f44489eeda74c416747fd38b2b727f249eea60236b7ab3da004a90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eec30fe373f44489eeda74c416747fd38b2b727f249eea60236b7ab3da004a90, en de alinea staat in dat document op bytes 97409 tot 101430.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eec30fe373f44489eeda74c416747fd38b2b727f249eea60236b7ab3da004a90 | shasum -a 256