Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021
Onder 5.3. Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:18.
Uit de aan de Hoge Raad gezonden stukken valt ten aanzien van de chronologie van de feiten het volgende op te maken. Mr. Franken (advocaat van de nabestaanden van mr. Wiersum) heeft de telefoon na het overlijden van mr. Wiersum in een dichte envelop laten bezorgen aan de Deken, met de bedoeling die envelop door te geven aan de opvolgend raadsman van [betrokkene 1] . Daarop heeft de Deken de envelop met de telefoon kennelijk overgedragen aan de anonieme advocaat. Op 11 maart 2020 heeft de anonieme advocaat zijn taken neergelegd wegens een breuk tussen hem/haar en [betrokkene 1] . Op vrijdag 13 maart 2020 heeft de anonieme advocaat contact opgenomen met het zaaks-OM en de Deken. De Deken heeft de telefoon op 16 maart 2020 in ontvangst genomen van de anonieme advocaat. Op 17 maart 2020 is de telefoon in beslaggenomen bij de Deken. In een e-mailbericht van 18 maart 2020 heeft de rechter-commissaris de Deken verzocht een standpunt in te nemen over de inbeslagname. Tevens heeft de rechter-commissaris het standpunt ingewonnen van de anonieme advocaat. De anonieme advocaat heeft op 17, 19 en 23 maart gereageerd. Het standpunt van de Deken dateert van 31 maart 2020. Het OM heeft op 8 april 2020 een standpunt ingenomen. Dezelfde dag heeft de rechter-commissaris de telefoon in handen gesteld van de eerste (digitaal) rechercheur en is het onderzoek aan de telefoon van start gegaan. Het onderzoek heeft plaatsgevonden op 8 en 9 april. Op 15 april 2020 heeft de rechter-commissaris een proces-verbaal opgemaakt. Uit de zich bij de stukken bevindende reactie van het OM van 13 augustus 2020 volgt dat mr. Schouten en Peter de Vries tijdens een persconferentie op 4 juni 2020 hebben verklaard dat mr. Schouten in de week van 24 maart 2020 door Peter de Vries werd benaderd met de vraag of hij eventueel bereid was als raadsman voor [betrokkene 1] op te treden. Op 29 juni 2020 heeft mr. Schouten de rechter-commissaris bericht dat mr. De Jong en hij de opdracht hadden gekregen om op te treden als de advocaten van [betrokkene 1] en dat zij deze opdracht ook hadden aanvaard. De beschikking van de rechter-commissaris dateert van 2 juli 2020. Tegen deze beschikking hebben de Deken en mr. Schouten en mr. De Jong op 16 juli 2020 een klaagschrift ingediend. Mr. Schouten en mr. De Jong stelden zich in hun klaagschrift onder meer op het standpunt dat zij ten onrechte niet door de rechter-commissaris als verschoningsgerechtigden in de zin van art. 98 Sv zijn aangemerkt en niet zijn gehoord voordat de rechter-commissaris tot zijn beschikking is gekomen. Ook stelden zij dat de rechter-commissaris [betrokkene 1] had moeten horen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eec30fe373f44489eeda74c416747fd38b2b727f249eea60236b7ab3da004a90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eec30fe373f44489eeda74c416747fd38b2b727f249eea60236b7ab3da004a90, en de alinea staat in dat document op bytes 146019 tot 148733.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eec30fe373f44489eeda74c416747fd38b2b727f249eea60236b7ab3da004a90 | shasum -a 256