Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:18.

4.1 De deken heeft zich, bij monde van zijn raadsman, op het standpunt gesteld dat er voor de rechter-commissaris geen noodzaak bestond om kennis te nemen van de inhoud van de telefoon. Het initiële standpunt van de deken, dat sprake was van geheimhouderinformatie, had leidend moeten zijn. Ook is de door de rechtercommissaris gevolgde procedure in strijd met het recht, omdat de inzet van geheimhouderfunctionarissen aan de zijde van het Openbaar Ministerie of de politie niet is toegestaan. Indien de noodzaak al had bestaan voor de rechter-commissaris om kennis te moeten nemen van de stukken, had dit bovendien door hemzelf moeten worden gedaan en niet door een (geheimhouder)functionaris. Ten slotte heeft de rechter-commissaris ten onrechte geoordeeld dat de (inhoud van de) telefoon geen geheimhouderstuk betreft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eec30fe373f44489eeda74c416747fd38b2b727f249eea60236b7ab3da004a90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eec30fe373f44489eeda74c416747fd38b2b727f249eea60236b7ab3da004a90, en de alinea staat in dat document op bytes 22920 tot 23755.