Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2021
Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:207.
Klacht 1 richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat de beschermingsbewindvoerder in dit geval met een beroep op art. 317 Fw geen nieuwe beschikking kon uitlokken, omdat het bepaalde in art. 315 lid 1 Fw een dode letter zou worden indien de korte beroepstermijn eenvoudig zou kunnen worden omzeild door de rechter-commissaris (op elk gewenst moment) om herziening van zijn eerdere beschikking te vragen. Aangevoerd wordt dat, gelet op de Quitantie -beschikking van de Hoge Raad (zie hierna onder 3.13), dat het de beschermingsbewindvoerder vrijstond om gebruik te maken van de mogelijkheid die art. 317 Fw hem biedt. In de genoemde beschikking heeft de Hoge Raad geen beperkingen gesteld aan het gebruik van art. 317 Fw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcfa708e27f0617bcbf6c84a5dd31103538a0d0cfd0f623b65252a0a496d2b99. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcfa708e27f0617bcbf6c84a5dd31103538a0d0cfd0f623b65252a0a496d2b99, en de alinea staat in dat document op bytes 24581 tot 25402.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bcfa708e27f0617bcbf6c84a5dd31103538a0d0cfd0f623b65252a0a496d2b99 | shasum -a 256