Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2021

Onder 2.35 Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:21.

“De werkgever kan op zijn beurt nog vorderingen instellen tot bijvoorbeeld het inleveren van bedrijfseigendommen, het terugvorderen van ten onrechte betaalde bonussen, naleving van geheimhoudingsafspraken of eventueel een schadevergoedingsvordering op de werknemer. Weliswaar kan opgemerkt worden dat een schadevergoedingsvordering van werknemer of van werkgever niet perse samenhangt met de (wijze van) beëindigen van de arbeidsovereenkomst, maar het is wel een vordering die (juist) bij het einde van de arbeidsovereenkomst nog kan opkomen en wat ons betreft conform de efficiëntiegedachte van de wetgever in de verzoekschriftprocedure ‘meegenomen’ kan worden. In die zin achten wij de uitspraak van de Kantonrechter Roermond blijk geven van een te beperkte interpretatie van art. 7: 686a lid 3 BW; in die uitspraak werd een schadevergoedingsverzoek van de werkgever tegen de werknemer wegens ‘verdwenen motoren’ gebaseerd op de art. 7:661 jo. 6:162 BW in onze ogen ten onrechte niet ontvankelijk verklaard; de schadevergoedingsvordering hing in die zaak overigens ook direct samen met de ontslaggrond (eveneens diefstal van motoren). Ook in latere uitspraken hanteert de Kantonrechter Roermond een – in onze ogen te beperkte – strikte uitleg van wat een ‘daarmee verband houdende vordering’ kan zijn, door een verzochte vergoeding tot terugbetaling van ten onrechte gedeclareerde reiskosten niet toewijsbaar te achten. Voor niet-ontvankelijkverklaring bestaat in onze ogen sowieso geen aanleiding. Immers, wanneer de kantonrechter van oordeel is dat de vordering ten onrechte bij verzoekschrift aanhangig is gemaakt, zal de kantonrechter op basis van art. 69 Rv de wissel moeten omzetten en de zaak moeten verwijzen naar de dagvaardingsprocedure met de opdracht aan de verzoeker om de wederpartij bij dagvaarding op te roepen om voort te procedure in de zaak. Een onmiddellijke niet-ontvankelijkverklaring past daar niet bij. De omstandigheid dat de verschillende vorderingen op verschillende momenten zijn ontstaan, vormt geen beletsel om die vorderingen bij verzoekschrift aan de kantonrechter voor te leggen. Integendeel, aparte procedures starten over samenhangende geschilpunten kan tot een kostenveroordeling leiden: zo oordeelde de kantonrechter Rotterdam dat de werknemer de achterstallige loonvordering die betrekking had op de periode voorafgaande aan het ontslag op staande voet had moeten instellen in de verzoekschriftprocedure waarin hij de vernietiging van dat ontslag op staande voet verzocht. Nu hij dat niet had gedaan, heeft de kantonrechter op voorhand geoordeeld dat de kosten van de dagvaardingsprocedure nodeloos zijn gemaakt en de werknemer die kosten in ieder geval zelf dient te dragen, ook al wordt hij in die dagvaardingsprocedure in het gelijk gesteld. Toch is het beeld over hoe ruim art. 7:686a lid 3 BW toegepast mag worden wisselend. Voorbeelden van connexe vorderingen die zijn toegelaten, zijn verzochte verklaringen voor recht verband houdend met de pensioenregeling en een verklaring voor recht en schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad in verband met handelen van de werknemer dat een dringende reden oplevert. Niet toegestaan werd een verzoek om een verklaring voor recht dat het ontslagbesluit van een bestuurder niet rechtsgeldig genomen was, een verzoek ten aanzien van een beweerdelijke koopovereenkomst en een verzochte verklaring voor recht dat werkgever aansprakelijk is voor handletsel dat door de werknemer tijdens werktijd zou zijn opgelopen, welke in een dagvaardingsprocedure ex art. 7:658 BW ingesteld moest worden, aldus het hof. ”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/add8f0a5b1ea28885a472828c2f1d7ef0c8109286114e34ed92a60c111f31252. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt add8f0a5b1ea28885a472828c2f1d7ef0c8109286114e34ed92a60c111f31252, en de alinea staat in dat document op bytes 65549 tot 69756.